\ Docent  Muziek \ Toelating \ Meer over
\ Praktijk Gedeelte

Iedere kandidaat krijgt de gelegenheid zijn/haar muzikaliteit en muzikale vaardigheden te etaleren op een eigen, authentieke wijze. De docenten die het examen afnemen verwachten dat je goed voorbereid op het toelatingsexamen verschijnt.
Bij aanvang van het praktijkexamen overhandig je in drievoud een lijst van bestudeerde werken en een lijst van voorbereide werken. Deze lijst dient compleet en overzichtelijk, met vermelding van titel van de werk(en), componist of uitvoerder, tijdens het examen overlegd te worden. De voorbereide stukken lever je aan als partituur en/of tekst voorzien van akkoordsymbolen.


Indien gewenst mag je een begeleider meenemen (voor het zanggedeelte of presentatie op melodie-instrument), maar de toelatingscommissie kan je ook ter plekke begeleiden. Over het algemeen zal de spelkwaliteit (interpretatie en muzikaliteit) van groter belang zijn dan de bereikte moeilijkheidsgraad. De duur van het praktische gedeelte is 30 minuten.

 

Enkele richtlijnen t.a.v. het speelniveau:
Akkoordinstrument
De kandidaat geeft blijk van enige vaardigheid in het bespelen van een of meerdere akkoordinstrumenten.


Piano
klassiek:
De moeilijkheidsgraad kan vergeleken worden met werken als:
J.S. Bach :  Klavierbüchlein für Anna Magdalena
Clementi :  Sonatinen
Lemoine :  Etudes opus 37
Burgmuller :  Opus 100


Jazz/pop:
Richtlijnen voor repertoirekeuze:
Real Book, Fake Book. Melodiespel met akkoorden. Eigen interpretaties van popsongs waarbij melodie en harmonie geïntegreerd zijn. Musicalrepertoire. Blues, eventueel met improvisatie.
De kandidaat is in staat om een eenvoudige melodie van akkoorden te voorzien en ze te spelen op een toetseninstrument. Spelen op overige toetsinstrumenten zoals accordeon, keyboard of synthesizer is toegestaan.


Gitaar:
- twee stukken uit het pop/rock/bluesrepertoire door de kandidaat gezongen en begeleiden op elektrische of akoestische gitaar. Iedere andere vorm van gitaarspel (klassiek, improvisatie, enz) strekt tot aanbeveling.

- Indien gitaar het enige akkoordinstrument is gelden de volgende eisen:
• vijf stukken uit het pop/rock/bluesrepertoire door de kandidaat (bij voorkeur uit het hoofd) gezongen en  begeleiden op elektrische of akoestische gitaar waarbij plectrum aanslag met afterbeat en bas op de 1e tel, arpeggio spel en naast de zogenaamde open akkoorden barré akkoorden moeten worden gespeeld.
• spelen van twee melodieën met beperkte positie wisselingen, genoteerd in notenschrift. Er wordt met name getoetst op tempo vastheid, timing, ritme, balans tussen stem en begeleiding en muzikale uitdrukking;
• het spelen van repertoire uit de popmuziek of jazz behoort tot de mogelijkheden;
• het blijk geven over enig muzikaal improvisatorisch vermogen te beschikken strekt tot aanbeveling.


Zang
Je bereidt tien liederen voor met of zonder eigen begeleiding in de Nederlandse, Franse, Duitse en Engelse taal, uit het lichte en klassieke repertoire. Vocalises, spirituals of gospelliederen, musicalrepertoire, popsongs, aria’s, volksliederen, chansons, cabaret en kinderliederen behoren tot de mogelijkheid. Het doel hiervan is onder andere om na te gaan of stemgebruik en uitdrukkingsvermogen te ontwikkelen zijn. Daarnaast is de kandidaat in staat zichzelf te begeleiden tijdens enkele van deze stukken naar keuze.


Melodie-instrument
Indien je een melodie-instrument bespeelt adviseren we je ook hiermee je spelkwaliteit te demonstreren. Als je graag naast akkoordinstrument en zang een melodie-instrument als bijvak wilt studeren kan dat onder bepaalde voorwaarden. Indien je dit als hoofdvak wilt studeren, dien je toelating te doen bij de afdeling klassiek of jazz.